Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
[naam 1] B.V.
Procesverloop in hoger beroep
Overwegingen
Beslissing
Wet dieren
Regeling dierlijke producten
(…)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De minister legde een boete van €5.000,- op aan een transporteur van levend pluimvee wegens het niet onmiddellijk reinigen van vuile containers na het vervoer naar een slachthuis, in strijd met punt 3 van Bijlage III, Sectie II, Hoofdstuk I, van Verordening 853/2004. De rechtbank verklaarde het beroep van de transporteur gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat levend pluimvee volgens de rechtbank geen levensmiddel is en de transporteur daarom geen exploitant van een levensmiddelenbedrijf zou zijn.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de transporteur wel degelijk als exploitant van een levensmiddelenbedrijf moet worden aangemerkt omdat zij de levensmiddelenwetgeving moet naleven in het kader van het vervoer van pluimvee naar het slachthuis. Het College gaf de minister gelijk en oordeelde dat het begrip levensmiddelenwetgeving een breed spectrum aan bepalingen omvat, ook voor levende dieren die worden vervoerd naar het slachthuis.
Het College stelde vast dat het rapport van de NVWA geen aanleiding gaf tot twijfel over de overtreding en dat de transporteur verantwoordelijk is voor het naleven van de hygiënevoorschriften, ook al werden de containers na lediging niet onmiddellijk gereinigd. Ook het bezwaar dat de boete in strijd zou zijn met het ministerieel beleid werd verworpen. Het beroep van de transporteur werd ongegrond verklaard en de boete van €5.000,- werd gehandhaafd.
Uitkomst: De boete van €5.000,- voor overtreding van hygiënevoorschriften bij het vervoer van levend pluimvee wordt gehandhaafd.