ECLI:NL:CBB:2023:49
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
Appellante heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL). De subsidie werd aanvankelijk toegekend op basis van een voorlopige berekening, maar bij het primaire besluit vastgesteld op nul vanwege een werkelijke omzetverlies van 16,9%, minder dan de vereiste 30%.
Appellante voerde aan dat de referentieperiode niet representatief was vanwege een verbouwing in augustus 2019, waardoor de omzet toen lager was dan normaal. Zij stelde dat bij een correctere berekening met een gemiddeld omzetcijfer uit 2018 en 2019 zij wel aan de drempel van 30% omzetverlies zou voldoen.
Het College oordeelt dat een verbouwing geen uitzonderlijke omstandigheid vormt die een afwijking van de standaard referentieperiode rechtvaardigt. De regeling biedt geen ruimte voor een afwijkende referentieperiode, behalve voor startende ondernemingen of zeer bijzondere gevallen zoals brand of ernstige ziekte. Appellante was geen startende onderneming en haar situatie kwalificeert niet als bijzonder geval.
Daarom is het besluit van verweerder om de subsidie op nihil vast te stellen terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.