Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juli 2023 in de zaken tussen
Admiraal De Ruyter Ziekenhuis B.V., te Goes, Admiraal De Ruyter Ziekenhuis
de Nederlandse Zorgautoriteit, NZa
Procesverloop
[naam 7] , [naam 8] en [naam 9] en namens Zilveren Kruis [naam 10] .
Overwegingen
Bij interklinisch vervoer zijn de kosten van het vervoer voor de zorgverzekeraar als het gaat om vervoer in verband met zorg in de zin van de artikelen 2 en 8 van de Wet bijzondere medische verrichtingen (dit wordt ook wel topklinische zorg genoemd) of topreferente zorg, dat wil zeggen zeer gespecialiseerde zorg voor patiënten voor wie geen doorverwijzing meer mogelijk is (dit wordt ook wel derdelijnszorg genoemd).
De Tariefbeschikking en de Beleidsregel leiden in dit geval dus tot een ongelijk speelveld, dat wil zeggen een nadeligere concurrentiepositie, ten opzichte van andere ziekenhuizen die net als het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis alleen tweedelijnszorg bieden, maar die niet zijn overgenomen door een UMC. Die ziekenhuizen kunnen de kosten van hun planbare ambulancevervoer naar een ziekenhuis dat derdelijnszorg biedt immers wél declareren bij de zorgverzekeraars. Het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis heeft echter niet de keuze om die patiënten niet te vervoeren. Zij kan en mag namelijk zelf geen derdelijnszorg verlenen. Als de patiënt is aangewezen op derdelijnszorg die alleen universitair medische centra (UMC's) plegen te bieden, dan moet die patiënt worden overgedragen. De overdracht van de patiënt vindt dus niet plaats op basis van strategische commerciële motieven, maar op grond van diens medische situatie. Als het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis deze patiënten per ambulance zou vervoeren naar een ander academisch ziekenhuis dan het EMC, bijvoorbeeld het UMC Groningen, zou zij de kosten van dit vervoer niet zelf hoeven te dragen, terwijl het niet in het belang van de patiënt is om deze naar verder gelegen ziekenhuizen te vervoeren.
Beslissing
- verklaart het beroep in zaak 22/101 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep in zaak 22/1000 gegrond;
- vernietigt bestreden besluit II;
- draagt de NZa op om binnen vier maanden na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de NZa op het betaalde griffierecht van € 365,- aan het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis te vergoeden;