ECLI:NL:CBB:2022:622
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen handhaving tegen Staatsbosbeheer voor grote grazers Oostvaardersplassen wegens ontbreken status gehouden dieren
Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer verzocht de minister van Landbouw om handhavend op te treden tegen Staatsbosbeheer wegens vermeende overtredingen van de Wet dieren omtrent de grote grazers in de Oostvaardersplassen. De minister wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De kern van het geschil betrof de vraag of de grote grazers als gehouden dieren in de zin van de Wet dieren kunnen worden beschouwd, wat bepalend is voor de toepasselijkheid van de zorgplicht en het verbod op het onthouden van noodzakelijke verzorging. Appellante stelde dat Staatsbosbeheer als houder moet worden aangemerkt vanwege het beperkte leefgebied en dat individuele dieren bijvoeding behoeven.
Het College oordeelde dat de grote grazers in de Oostvaardersplassen niet als gehouden dieren kunnen worden beschouwd, omdat Staatsbosbeheer niet de volledige beschikkingsmacht over deze dieren heeft. Het gebied is een natuurgebied waar natuurlijke processen overheersen en de dieren zichzelf in stand houden. Het verbod op dierenmishandeling geldt wel, maar appellante heeft niet aangetoond dat Staatsbosbeheer dit verbod heeft overtreden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer wordt ongegrond verklaard omdat de grote grazers in de Oostvaardersplassen geen gehouden dieren zijn en het handhavingsverzoek terecht is afgewezen.