Appellante diende een subsidieaanvraag in voor een zonnepanelenproject en verleende een intermediair namens haar het recht om alle (rechts)handelingen te verrichten gedurende de looptijd van de subsidie. De subsidie werd verleend voor de periode van 2019 tot 2034 met een ingebruiknametermijn tot 30 januari 2020.
Verweerder herinnerde appellante meerdere malen via de intermediair aan de ingebruiknameverplichting, maar ontving geen reactie. De productie-installatie werd uiteindelijk in december 2019 in gebruik genomen en aangemeld bij CertiQ. Echter, de intermediair was niet gewijzigd in het systeem van verweerder, waardoor communicatie misliep.
Verweerder trok de subsidie in op grond van het niet of niet geheel uitvoeren van de activiteiten, mede gebaseerd op een e-mail van de intermediair waarin werd gesteld dat het project niet uitvoerbaar was. Appellante verzocht om herziening, maar dit werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren en het vasthouden aan het besluit niet evident onredelijk was.
Het College oordeelt dat verweerder terecht heeft gehandeld door zich te richten tot de opgegeven intermediair en dat het niet tijdig doorgeven van de wijziging van intermediair voor rekening van appellante komt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.