ECLI:NL:CBB:2021:368
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft investeringen gedaan voor uitbreiding van haar ligboxenstal en stalinrichting vóór en na de peildatum 2 juli 2015. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op die peildatum en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond.
Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij een individuele en buitensporige last draagt omdat zij onomkeerbare investeringen had gedaan die niet konden renderen. Verweerder betwistte dit en wees op de ondernemersvrijheid en het feit dat investeringen vóór de peildatum risico’s zijn die appellante zelf draagt.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met het eigendomsrecht en dat de investeringsbeslissingen van appellante niet navolgbaar zijn gezien de afschaffing van het melkquotum en de voorziene maatregelen. De financiële last is onvoldoende om te spreken van een individuele en buitensporige last. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenstelsel wordt bevestigd zonder compensatie voor investeringen.