ECLI:NL:CBB:2021:226
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vaststelling fosfaatrechten en toepassing knelgevallenregeling
Appellante, een maatschap die een melkveehouderij exploiteert, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw waarbij het fosfaatrecht op haar bedrijf werd vastgesteld. Zij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met de Nitraatrichtlijn en dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Tevens stelde zij dat de knelgevallenregeling van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet onjuist werd toegepast, mede vanwege ziekte binnen het samenwerkingsverband, en dat het stelsel een individuele en buitensporige last oplegt.
Het College oordeelde dat de beroepsgrond over de Nitraatrichtlijn en staatssteun niet slaagt en verwees naar eerdere uitspraken. De bepleite ruime uitleg van de knelgevallenregeling wordt verworpen; de wetgever heeft bewust gekozen voor een beperkte regeling die niet voorziet in niet gerealiseerde uitbreidingen. De vraag of echtscheiding gelijk kan worden gesteld aan ziekte hoeft niet te worden beantwoord omdat de 5%-drempel niet wordt gehaald.
Verder heeft appellante onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormt. De door haar aangevoerde omstandigheden, waaronder persoonlijke problemen binnen het samenwerkingsverband, worden gezien als ondernemersbeslissingen die voor risico van appellante komen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.