ECLI:NL:CBB:2021:199
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last fosfaatrechtenstelsel bij melkveehouderijuitbreiding
Appellanten, exploitanten van een melkveehouderij, voerden beroep aan tegen het besluit van de minister van LNV waarbij hun fosfaatrechten werden vastgesteld en bezwaar ongegrond werd verklaard. Zij stelden dat het fosfaatrechtenstelsel hun eigendomsrecht aantast en dat sprake is van een individuele en buitensporige last vanwege investeringen in een aanzienlijke uitbreiding van hun veestapel.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het stelsel het algemeen belang dient door milieu- en volksgezondheidsdoelen te beschermen. De uitbreiding van appellanten was grotendeels voorzienbaar, maar zij konden niet aantonen dat zij beschikten over de benodigde vergunningen. Ook was er geen sprake van een bedrijfseconomische noodzaak of andere dwingende redenen voor de investeringen.
Het College stelde dat ondernemersbeslissingen inherent risico's met zich meebrengen en dat niet elk vermogensverlies een buitensporige last vormt. De financiële rapportage toonde wel een substantiële last, maar dit was onvoldoende om een individuele buitensporige last aan te nemen. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellanten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenbesluit gehandhaafd.