ECLI:NL:CBB:2021:19
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen individuele en buitensporige last door fosfaatrechtenstelsel voor melkveehouder
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en betwist het door de minister vastgestelde fosfaatrecht per 1 januari 2018. Zij stelt dat het fosfaatrechtenstelsel leidt tot een individuele en buitensporige last, waardoor zij financieel gedwongen zou zijn haar bedrijf te beëindigen. Tevens voert zij aan dat het stelsel niet noodzakelijk is voor het behalen van de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel mogelijk ongeoorloofde staatssteun inhoudt.
Het College overweegt dat het fosfaatrechtenstelsel noodzakelijk is voor milieubescherming en het voldoen aan EU-verplichtingen. De knelgevallenregeling is beperkt en kijkt terug naar de situatie op de peildatum, waarbij niet is voldaan aan de 5%-drempel voor buitengewone omstandigheden. De uitbreiding van appellante is grotendeels gerealiseerd vóór de peildatum en het financiële rapport toont geen negatief resultaat door de aanschaf van extra fosfaatrechten.
Het College benadrukt dat ondernemersbeslissingen inherent risico’s met zich meebrengen en dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.