Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] B.V., te [woonplaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Uit deze voorschriften in onderlinge samenhang bezien en gelet op de duidelijke norm van punt 9 volgt dat geen haren meer op een varkenskarkas aanwezig mogen zijn op het moment dat de dierenarts heeft beslist over de geschiktheid van het vlees voor menselijke consumptie en het gezondheidsmerk is aangebracht ten bewijze van die geschiktheid. Het is dus niet toegestaan dat daarna nog haren aanwezig mogen zijn op een varkenskarkas en, anders dan appellante meent, is er in zoverre wel sprake van een verbod op de aanwezigheid van haren op een varkenskarkas.
.Zoals blijkt uit punt 9 van de considerans van Verordening nr. 853/ 2004 heeft deze ten doel om met betrekking tot voedselveiligheid, een hoog niveau van bescherming van de consument te garanderen. Naar het oordeel van het College blijkt uit de duidelijke norm van punt 9 dat de Uniewetgever daarin tot uitdrukking heeft gebracht dat de aanwezigheid van haren op een varkenskarkas na de uitslachtfase een onaanvaardbaar risico vormt met het oog op de voedselveiligheid en de bescherming van de consument. Daarmee heeft de Uniewetgever reeds de afweging gemaakt dat de aanwezigheid van haren na genoemde fase gelet op vorengenoemd doel onaanvaardbaar is. Niet valt in te zien dat daarin nog plaats kan zijn voor een risicobeoordeling om vast te stellen dat sprake is van een verontreiniging, zoals appellante betoogt. Reeds hierom kan geen betekenis worden toegekend aan het door appellante overgelegde rapport van prof. dr. G. Klein. Overigens heeft dit rapport geen betrekking op “visible hairs”, zoals aangetroffen op het onderhavige karkas, maar op haarstoppels (“hair stubs”) en stelt prof. dr. Klein alleen dat geen risico valt te verwachten van haarstoppels.
Beslissing
Bijlage
Risicoanalyse
Voorzorgsbeginsel
Risicoanalyse en kritische controlepunten
en
(…)”
(…)
Bijlage III
VERS VLEES
(…)
De beschikking tot oplegging van een bestuurlijke sanctie vermeldt:
a. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
b. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
1. Het bestuursorgaan en de voor de overtreding bevoegde toezichthouder kunnen van de overtreding een rapport opmaken.
2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
a. de naam van de overtreder;
b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
(…)
1. Dit artikel is van toepassing indien voor de overtreding een bestuurlijke boete van meer dan € 340 kan worden opgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
2. In afwijking van artikel 5:48 wordt Pro van de overtreding steeds een rapport of proces-verbaal opgemaakt.
3. In afwijking van afdeling 4.1.2. wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
1. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op de grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.
2. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit.”
c. de artikelen 3 en 4, eerste, tweede en derde lid, 5, eerste lid, tweede lid, laatste alinea, en vierde lid, 6, tweede lid, laatste alinea, en derde lid, van verordening (EG) nr. 852/2004;