Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante
(gemachtigde: mr. M.J.J.E. Stassen),
appellante
en
de staatssecretaris van Economische Zaken, (de staatssecretaris)
Procesverloop in hoger beroep
mr. J.J.J. de Rooij en [naam 2] . Voor de staatssecretaris is voorts verschenen [naam 3] .
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
onmiddellijk(cursivering rechtbank) moet worden verwijderd door bijsnijden of door een andere behandeling met gelijkwaardig effect. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat in elke fase van het slachtproces de fecale bezoedeling direct moet worden verwijderd en dat op elk moment in het proces gecontroleerd zou kunnen worden of dit daadwerkelijk gebeurt. Gelet op het vorenstaande kan geen betekenis worden gehecht aan de stelling van eiseres onder verwijzing naar artikel 3.5 van het Handhavingsprotocol dat een marge van 5% bij de post mortem keuring door verweerder wordt geaccepteerd. Bovendien heeft deze bepaling uit het Handhavingsprotocol betrekking op het houden van een steekproef vóór het aanbieden voor de post mortem keuring.
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Appellante betoogt dat het kernpunt van het geschil is de vraag of het moment waarop de controle door de NVWA is uitgevoerd, waarmee zij doelt op de plek in het slachthuis waar de gestelde verontreinigingen zijn geconstateerd, in overeenstemming is met de Verordening en het handhavingsbeleid van de staatssecretaris. Appellante betoogt dat zulks niet het geval is.
naslachting en uitslachting. Ook dat wijst erop dat de interpretatie van de rechtbank, dat elke zichtbare verontreiniging in elke fase van het slachtproces moet worden verwijderd, onjuist is. Dat zulks in elke fase van het slachtproces zo is, blijkt dus niet uit de tekst van de Verordening.
voordatde karkassen van gezondheidsmerken worden voorzien.”
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraken
- verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen van appellante tegen de bestreden besluiten gegrond en vernietigt deze besluiten;
- herroept de primaire besluiten;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 2.820,- aan appellante te vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van appellante tot een bedrag van