ECLI:NL:CBB:2020:773
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last onder Meststoffenwet
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, stelde beroep in tegen het besluit tot vaststelling van haar fosfaatrecht onder het fosfaatrechtenstelsel op grond van de Meststoffenwet. Zij voerde aan dat het stelsel onnodig is, strijdig met de Nitraatrichtlijn, ongeoorloofde staatssteun oplevert en een individuele buitensporige last vormt in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College overwoog dat de invoering van het stelsel noodzakelijk is vanwege overschrijding van het mestproductieplafond na het vervallen van de melkquotering. De Europese Commissie heeft het stelsel goedgekeurd als milieumaatregel, waardoor geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Verder is niet gebleken dat het stelsel een individuele buitensporige last oplevert; investeringsbeslissingen van appellante worden gezien als ondernemersrisico's die niet op het collectief kunnen worden afgewenteld.
Het College achtte de motivering van het bestreden besluit toereikend en vond dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan die van appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenstelsel wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.