ECLI:NL:CBB:2020:668
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij, betwist het door de minister vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet. Zij stelt dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun inhoudt. Tevens voert zij aan dat het stelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormt vanwege haar bedrijfsuitbreiding en omschakeling van veehouderij.
Het College overweegt dat het fosfaatrechtenstelsel voldoet aan de eisen van de Nitraatrichtlijn en dat er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Het stelt dat niet ieder vermogensverlies als gevolg van het stelsel een buitensporige last vormt en dat ondernemersbeslissingen inherent risico’s met zich meebrengen. De uitbreiding van appellante is niet navolgbaar gelet op de afschaffing van het melkquotum en de waarschuwingen daaromtrent.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat appellante een omschakeling van varkens naar melkveehouderij heeft gemaakt. De belangen van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.