Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2020 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 129,63 +
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante exploiteert een melkveehouderij en heeft vanaf 2011 bewust een risicovolle strategie gevolgd door meer koeien te melken dan haar quotum, waarbij zij de superheffing als aanloopverlies incalculeerde. Deze strategie was gericht op het vóór zijn van beperkende overheidsmaatregelen, maar leidde tot structurele verliezen toen de melkprijs tegenviel.
Verweerder stelde het fosfaatrecht van appellante vast met een generieke korting van 8,3%, wat appellante betwistte met het argument dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij een individuele en buitensporige last draagt. Het College oordeelde dat de wetgever gerechtvaardigd onderscheid maakt en dat de bedrijfsstrategie van appellante een ondernemersbeslissing is met inherente risico’s die zij zelf moet dragen.
Het College concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij door het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last draagt. De bescherming van milieu en volksgezondheid weegt zwaarder dan de belangen van appellante. Wel werd het gebrek aan deugdelijke motivering in het besluit gepasseerd omdat appellante daardoor niet is benadeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van in totaal €7.203,95 aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.