ECLI:NL:CBB:2020:316
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouder
Appellante, een melkveehouder, stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij door onomkeerbare investeringen in vergunningen en bedrijfsuitbreiding financieel benadeeld wordt. Zij voerde aan dat zij niet het beoogde aantal dieren kon houden op de peildatum, waardoor zij haar investeringen niet kon terugverdienen en dat het stelsel niet voorzienbaar was.
Verweerder stelde dat het stelsel niet in strijd is met het recht op eigendom en dat de investeringen van appellante een ondernemerskeuze waren die risico's met zich meebrengen. Ook de door appellante aangevoerde dierziekte werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom en dat appellante geen individuele en buitensporige last heeft aangetoond. De investeringen waren niet navolgbaar gezien de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten productiebeperkende maatregelen. De keuze om het bedrijf uit te breiden en de daarmee samenhangende risico’s zijn voor rekening van de ondernemer.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd aan appellante vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenstelsel levert geen individuele en buitensporige last op voor appellante.