ECLI:NL:CBB:2020:185
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij uitbreiding melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en wilde uitbreiden van 74 naar 185 melk- en kalfkoeien. Zij startte in 2015 met de bouw van een nieuwe ligboxenstal, kort na de afschaffing van het melkquotum, ondanks waarschuwingen over mogelijke productiebeperkende maatregelen. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op de peildatum 2 juli 2015.
Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij een individuele en buitensporige last draagt vanwege haar investeringen en bedrijfsopvolging. Het College oordeelt dat het stelsel verenigbaar is met het eigendomsrecht en dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt. De investeringsbeslissing van appellante was genomen in een onzekere periode en zij draagt de gevolgen van haar ondernemersrisico's zelf.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Wel wordt het door appellante betaalde griffierecht vergoed en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante, aangezien het bestreden besluit aanvankelijk niet voldoende gemotiveerd was maar dit gebrek niet tot nadeel van appellante leidde.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenstelsel levert geen individuele en buitensporige last op voor appellante.