ECLI:NL:CBB:2020:125
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en stelsel fosfaatrechten ongegrond verklaard
Appellante, een melkveehouder met een bedrijf dat op de peildatum bestond uit 86 melk- en kalfkoeien en 71 jongvee, stelde beroep in tegen het vervangingsbesluit van de minister van Landbouw waarin het fosfaatrecht werd vastgesteld. Zij voerde aan dat het stelsel van fosfaatrechten ongeoorloofde staatssteun zou zijn en dat het vervangingsbesluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Het College overwoog dat de Europese Commissie het stelsel van verhandelbare fosfaatrechten heeft goedgekeurd en dat het stelsel milieudoelstellingen dient die verder gaan dan de EU-normen. Het beroep op ongeoorloofde staatssteun faalde daarom. Verder concludeerde het College dat appellante geen individuele en buitensporige last had aangetoond, mede omdat investeringsbeslissingen als ondernemersrisico's worden gezien en de uitbreiding pas na 2013 concreet werd voorbereid.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat appellante hierdoor niet is benadeeld. Het beroep tegen het bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk, met proceskostenveroordeling tegen verweerder.