ECLI:NL:CBB:2020:1019
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellante betwist de vaststelling van haar fosfaatrecht binnen het fosfaatrechtenstelsel en stelt dat dit stelsel haar eigendomsrecht aantast en haar een individuele en buitensporige last oplegt. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het fosfaatrecht van 22 kg correct is vastgesteld, terwijl appellante een hoger recht claimt op basis van haar bedrijfsvoering.
Het College overweegt dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het ondernemersrisico rechtvaardigen. De omschakeling van vleesjongvee naar melkjongvee was een bewuste keuze, genomen in een context waarin productiebeperkende maatregelen voorspelbaar waren.
Het College concludeert dat appellante financieel geraakt wordt, maar dit niet leidt tot een individuele en buitensporige last. Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep overschreden, waarvoor verweerder wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €500 en proceskosten van €262,50. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.