ECLI:NL:CBB:2019:648
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- E.R. Eggeraat
- J.H. de Wildt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last bij vaststelling melkveefosfaatreferentie onder Wvgm
Appellante betwistte de vaststelling van haar melkveefosfaatreferentie (MVFR) onder de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm), stellende dat bijzondere individuele omstandigheden zoals lopende bedrijfsuitbreiding en vertragingen in vergunningverlening niet zijn meegewogen.
Het College heeft overwogen dat de Wvgm een inbreuk op het eigendomsrecht vormt maar proportioneel is. Verweerder heeft het Beleidskader Individuele en buitensporige last toegepast en geoordeeld dat appellante op de peildatum 12 december 2013 geen onomkeerbare verplichtingen had die een individuele en buitensporige last zouden vormen.
Appellante voerde aan dat zij aanzienlijke investeringen en vergunningstrajecten had doorlopen, maar het College stelde vast dat veel investeringen en overeenkomsten pas na de peildatum zijn aangegaan en dat vertragingen en kosten binnen het ondernemersrisico vallen.
Het College benadrukte dat aan hoge eisen moet worden voldaan om van een individuele en buitensporige last te spreken en dat de bewijslast hiervoor bij appellante ligt. De vaststelling van de MVFR is daarom niet onrechtmatig en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie wordt ongegrond verklaard.