ECLI:NL:CBB:2019:643
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- E.R. Eggeraat
- J.H. de Wildt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last bij vaststelling melkveefosfaatreferentie onder Wet verantwoorde groei melkveehouderij
Appellante, een melkveehouder, betwistte de vaststelling van haar melkveefosfaatreferentie (MVFR) door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, omdat zij meende dat deze leidde tot een individuele en buitensporige last. De MVFR was vastgesteld op basis van het jaar 2013, het referentiejaar volgens de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm). Appellante stelde dat zij vóór 12 december 2013 al onomkeerbare investeringen had gedaan voor een bedrijfsuitbreiding, en dat de vergunningverlening en financiering later plaatsvonden door vertragingen buiten haar schuld.
Het College overwoog dat de Wvgm een inbreuk maakt op het eigendomsrecht, maar dat deze inbreuk proportioneel is en in het algemeen gerechtvaardigd. Voor individuele gevallen moet echter worden onderzocht of sprake is van een buitensporige last. Het College stelde dat appellante niet had aangetoond dat zij vóór de referentiedatum onomkeerbare investeringen had gedaan die een dergelijke last veroorzaakten. Kosten voor vergunningen en investeringen na die datum vielen onder het ondernemersrisico. Ook werd het vergunningentraject als een bedrijfsrisico beschouwd.
Verder oordeelde het College dat investeringen voor dierenwelzijn losstaan van de MVFR en dat de grondgebondenheidseis niet relevant is voor de beoordeling van de MVFR. Het College bevestigde dat de MVFR terecht gebaseerd is op de feitelijke situatie in 2013 en dat uitbreiding na die datum niet leidt tot een herziening van de MVFR, tenzij sprake is van een duidelijk buitensporige last die de bedrijfscontinuïteit bedreigt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de vaststelling van de MVFR bleef ongewijzigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie wordt ongegrond verklaard.