Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2019 in de zaak tussen
[naam] te [woonplaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
4.497 kg.
Overwegingen
2 juli 2015 op het bedrijf aanwezig waren. Verweerder heeft de generieke korting van
8,3 procent toegepast. Hij heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
9 januari 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:1-7). Daarin heeft hij al geoordeeld dat het fosfaatrechtenstelsel, waaronder de generieke korting, op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het EP. In de uitspraak van 23 juli 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:291) heeft het College dit oordeel verder gemotiveerd.