Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2019 in de zaak tussen
maatschap Melkveebedrijf [naam 1] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- de vermogensteruggang in scenario 1 en 2 het fiscaal eigen vermogen betreft en geen representatief beeld geeft van de feitelijke vermogenspositie van appellante;
- scenario 3 voorbij gaat aan de generieke korting;
- geen rekening is gehouden met de rente die is ontvangen over het ‘ledenkapitaal’; en
- de (jaarlijkse) reservering voor vervangingsinvesteringen van € 50.000,- te hoog is, gelet op de recente ingebruikname van de nieuwe stal en de normen in de KWIN veehouderij en het bancair gebruik van een reservering van € 1,- per 100 kg melk.