ECLI:NL:CBB:2018:499
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.O. Kerkmeester
- T.P.J.N. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing RDA-aanvraag wegens niet aannemelijk maken uitgave voor bedrijfsmiddel
Appellante, onderdeel van een groep ondernemingen gespecialiseerd in veredeling van sierteeltgewassen, had een RDA-beschikking aangevraagd voor uitgaven aan Genetwister, een biotechnologiebedrijf dat DNA-analyses verricht voor veredelingsprojecten. Verweerder weigerde een bedrag van €260.000,- in aanmerking te nemen, omdat het ging om kosten van uitbesteed onderzoek die volgens het Besluit RDA niet voor aftrek in aanmerking komen.
Appellante stelde dat de uitgaven betrekking hadden op de verwerving van een nieuw vervaardigd immaterieel bedrijfsmiddel, namelijk DNA-merkers, die voor meerdere veredelingscycli worden gebruikt. Zij overhandigde nadere stukken, waaronder research agreements, facturen en kwartaalrapporten, en voerde aan dat de werkzaamheden van Genetwister routinematig zijn en geen S&O vormen.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende had gespecificeerd en onderbouwd dat sprake was van een bedrijfsmiddel. De gevraagde stukken die verweerder had opgevraagd, werden niet of onvoldoende verstrekt. Bovendien was de omschrijving van het bedrijfsmiddel en de hoogte van de kosten in de procedure wisselend. Het College volgde verweerder in zijn standpunt dat de uitgaven uitbesteed onderzoek betreffen en daarom niet voor RDA in aanmerking komen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitgaven aan Genetwister een nieuw vervaardigd bedrijfsmiddel betreffen.