2.2De klacht van [appellant 3] en [appellant 4] , zoals weergegeven in overweging 3.3 van de uitspraak van de accountantskamer, welke weergave evenmin door partijen wordt bestreden, houdt het volgende in:
het is volstrekt onbegrijpelijk dat [appellant 1] geen contact heeft opgenomen met de curatoren, zijnde de wettelijke vertegenwoordigers van de benadeelde partijen (de failliete vennootschappen);
het is volstrekt onbegrijpelijk dat [appellant 1] de opdracht van de advocaat van [naam 8] c.s. heeft aanvaard, terwijl werd voorgewend dat [naam 6] een onafhankelijke partij zou zijn die objectief de schade als gevolg van het onrechtmatig handelen gepleegd door [naam 8] c.s. zou vaststellen;
het is volstrekt onbegrijpelijk dat [appellant 1] heeft geconcludeerd dat geen bewijs of onderbouwing is aangetroffen waaruit blijkt dat er met de omzet in 2008/2009 is geschoven, omdat hij deze informatie zelf niet heeft opgevraagd of anderszins boven water heeft gebracht en/of doen brengen;
het is volstrekt onbegrijpelijk dat [appellant 1] heeft geconcludeerd dat het rapport van [naam 9] zich richt op éénmalige COA-omzet en niet op een vermeende omzetverschuiving en dat dit rapport daarom niet kan dienen als onderbouwing van de stelling dat er met de omzet/ het resultaat van [naam 3] is geschoven;
nog veel onbegrijpelijker is dat [appellant 1] heeft geconcludeerd dat, zelfs wanneer veronderstellenderwijs zou worden aangenomen dat er met omzet zou zijn geschoven, dit geen invloed op de waardebepaling van de onderneming heeft gehad;
dit geldt ook voor het feit dat [appellant 1] zich kennelijk het gezag heeft aangemeten om het oordeel van zowel de accountantskamer als later het College ten aanzien van de inbrengverklaring terzijde te stellen, door te concluderen dat [naam 8] c.s. wel degelijk de desbetreffende inbrengverklaring hebben mogen afgeven;
het is volstrekt onbegrijpelijk dat [appellant 1] tot geen enkel schadebedrag ten laste van [naam 8] c.s. ten behoeve van de benadeelde vennootschappen is gekomen, terwijl de vennootschappen vanaf 2012 in meer dan 50 – grotendeels tegen [naam 8] c.s. gerichte – juridische procedures zijn verwikkeld en een groot deel van deze procedures is veroorzaakt omdat [naam 8] c.s. niet alleen in de periode 2009/2010 tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld, maar ook in de periode daarna, waarbij in het bijzonder wordt verwezen naar de frustratie door [naam 8] c.s. van bewijsbeslagen.