ECLI:NL:CBB:2016:436
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- A. Venekamp
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van loting als methode voor toewijzing van ontheffing pluimveerechten
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor ontheffing van het verwerven van 8134 pluimveerechten voor uitbreiding in een integraal duurzame stal. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen vanwege het overschrijden van het plafond van 1.200.000 pluimvee-eenheden, waarna een loting werd toegepast. Appellante betoogde dat de loting financieel nadelig was en pleitte voor een verdeling naar rato.
Het College heeft beoordeeld dat de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, voor zover deze bepalingen bevat over de verdeling van ontheffingen, als beleidsregels moeten worden aangemerkt en dat loting een rechtmatig middel is om aanvragen te rangschikken bij een plafond. De loting is transparant, eerlijk en in overleg met de landbouwsector tot stand gekomen.
Verder oordeelt het College dat appellante geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een afwijking van de beleidsregels rechtvaardigen. De financiële belangen van aanvragers zijn meegewogen en de loting is niet kennelijk onredelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de loting als verdelingsmethode van ontheffingen pluimveerechten wordt ongegrond verklaard.