Op 2 april 2015 heeft de Kamer van Koophandel een inschrijving gedaan in het handelsregister van een bestuurswijziging van een stichting. Appellanten betwistten deze inschrijving en maakten bezwaar. De Kamer herroept het primaire besluit op grond van onvoldoende bewijs voor de bestuurswijziging. Appellanten vorderen daarnaast proceskostenvergoeding wegens aan de Kamer te wijten onrechtmatigheid en het niet beslissen op hun verzoek om vergoeding in bezwaar.
Het College stelt vast dat de Kamer in strijd met artikel 7:15, derde lid, Awb niet op het verzoek tot proceskostenvergoeding in bezwaar heeft beslist, wat leidt tot vernietiging van dat deel van het besluit. Het College beoordeelt vervolgens of de herroeping van het primaire besluit terecht is wegens aan de Kamer te wijten onrechtmatigheid, en concludeert dat de Kamer haar onderzoeksplicht adequaat heeft ingevuld. De Kamer hoefde niet alle mogelijke onjuistheden te onderzoeken en mocht uitgaan van de juistheid van de opgave zolang er geen gegronde twijfel bestond.
Het College veroordeelt de Kamer tot vergoeding van de proceskosten in beroep aan appellanten wegens het niet beslissen op het verzoek in bezwaar en draagt de Kamer op het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het bestreden besluit.