ECLI:NL:CBB:2011:BU7274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- B. Verwayen
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inschrijving uittreden bestuurder in handelsregister en onderzoeksplicht Kamer van Koophandel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Kamer van Koophandel Rotterdam om zijn uittreden als bestuurder van C B.V. in het handelsregister in te schrijven. Appellant stelde dat de inschrijving onjuist was omdat hij niet had ingestemd met zijn uittreden, er geen aandeelhoudersbesluit was en de handtekening op het formulier ontbrak.
De Kamer van Koophandel had de opgave van E en F, mede-bestuurders van C B.V., ingeschreven nadat zij bewijsstukken hadden overgelegd, waaronder een faxbericht en een e-mail van appellant waarin hij aangaf niet langer werkzaam te zijn. De Kamer stelde dat de handtekening van de uittredende bestuurder bij een rechtspersoon gewenst maar niet noodzakelijk is en dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de opgave bij de opgaveplichtige ligt.
Het College oordeelde dat hoewel de Kamer aanvankelijk onvoldoende onderzoek had verricht vanwege het ontbreken van een handtekening en het tijdsverloop, zij dit later in bezwaar alsnog heeft gedaan door bewijsstukken op te vragen en te beoordelen. Het College verwierp het betoog van appellant dat een schriftelijke verklaring of aandeelhoudersbesluit noodzakelijk is voor uittreden. Het faxbericht en de e-mail werden als voldoende bewijs gezien dat appellant niet langer bestuurder was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de inschrijving van het uittreden van appellant als bestuurder blijft gehandhaafd.