ECLI:NL:CBB:2015:57
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.M. Smorenburg
- H. Bolt
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring en ongegrondverklaring in accountantstuchtzaak over driejaarstermijn
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer die bepaalde klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de driejaarstermijn zoals bedoeld in artikel 22 van Pro de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra). De klager stelde dat de termijn pas aanving toen zij in 2011 duidelijkheid kreeg over de schuldovernemingsproblematiek, maar het College oordeelde dat de termijn al in februari 2008 begon toen zij feitelijk op de hoogte was van de relevante feiten.
Daarnaast werd het standpunt van de accountants dat in een civiele procedure pas na drie jaar werd erkend dat de verkeerde partij was gedagvaard, niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar beoordeeld. Het College benadrukte dat het innemen van een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt niet verboden is en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om dit anders te beoordelen.
De subsidiaire stellingen over toepassing van redelijkheid en billijkheid of het voortzetten van de klacht door andere belanghebbenden werden verworpen omdat de wettelijke termijn strikt is. Ook de klachten over onjuiste antwoorden over het voortbestaan van de maatschap werden als onderdeel van eerdere klachten gezien en niet als aparte klachtonderdelen.
De accountantskamer heeft de klacht naar het oordeel van het College volledig en correct samengevat en beoordeeld. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer blijft in stand.