Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 september 2015 in de zaak tussen
Blankendaal Coldstores B.V. te Tuitjenhorn, appellante
de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Het koelhuis voldoet aan alle wettelijke vereisten voor een erkenning als SIP binnen de BIP Rotterdam. De ligging van het koelhuis voldoet aan de Europese regelgeving.
- De criteria die verweerder hanteert in het bestreden besluit volgen niet uit de van toepassing zijnde Europese regelgeving, nationale wetgeving, interne documenten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of beleid van de NVWA.
- De gehanteerde criteria zijn, in ieder geval voor zover het gaat om het vereiste van het hebben van een havennummer, willekeurig en dus onrechtmatig.
- Appellante beroept zich op het vertrouwensbeginsel. Voorafgaand aan haar aanvraag heeft een medewerker van de NVWA haar duidelijk te kennen gegeven dat de erkenning geen problemen zou opleveren en zou worden afgegeven.
- Appellante beroept zich op het gelijkheidsbeginsel. Er is een SIP die vlak in de buurt van haar koelhuis ligt. Gelet hierop moet het voor de controleurs ook mogelijk zijn om haar koelhuis in Ridderkerk te controleren.
- De aanvraag is uitsluitend afgewezen omdat de NVWA van mening is dat haar medewerkers niet doelmatig kunnen worden ingezet. Nu de inzet van deze medewerkers kostendekkend wordt vergoed door de betrokken SIP, is het onbegrijpelijk dat verweerder slechts doelmatigheid aanvoert om erkenning te weigeren.
- Appellante verzoekt om een integrale proceskostenvergoeding omdat het beleid veel eerder bekend gemaakt had moeten worden.
- Appellante verzoekt om vergoeding van door haar geleden schade doordat zij het koelhuis niet kan gebruiken op de wijze waarop zij dat heeft beoogd.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.