ECLI:NL:CBB:2009:BJ9947
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing subsidievaststelling duurzame elektriciteit vergistingsinstallatie
Appellanten, hierna gezamenlijk aangeduid als C, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarbij een subsidie werd toegekend voor een vergistingsinstallatie op grond van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties. De kern van het geschil betrof de hoogte van de subsidie, die mede afhankelijk is van de capaciteit van de installatie en de vergunningen die daarvoor zijn verleend.
De Minister had aanvankelijk subsidie toegekend op basis van een hogere capaciteit dan was toegestaan volgens de Wm-vergunning van 21 november 2005. C stelde dat hij recht had op een hogere subsidie omdat de gemeente Putten toestemming had gegeven voor een verhoging van de doorzet, bevestigd in een brief van 4 juni 2007. De Minister stelde echter dat deze brief niet voldeed als formele vergunning en dat een nieuwe Wm-vergunning pas op 26 mei 2008 was verleend, waardoor de subsidie op het lagere bedrag moest blijven.
Het College oordeelde dat de subsidie uitsluitend kan worden toegekend op basis van vergunningen die voor 18 augustus 2006 zijn aangevraagd, conform de strikte toepassing van de Regeling. De brief van 4 juni 2007 kon niet als formele vergunning gelden. Verder oordeelde het College dat de bezwaarprocedure een volledige heroverweging van het besluit omvat, zodat de Minister niet buiten de grenzen van het geschil trad door ook andere relevante factoren mee te wegen.
Uiteindelijk verklaarde het College het beroep ongegrond en handhaafde de subsidie op het lagere bedrag van €4.712.260,--. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de subsidie van €4.712.260,-- gehandhaafd.