ECLI:NL:CBB:2009:BJ8798
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing subsidie vaststelling maximale elektriciteitsproductie vergistingsinstallatie
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de maximale jaarproductie van elektriciteit waarop subsidie wordt verleend voor haar vergistingsinstallatie. De Minister van Economische Zaken had de productie vastgesteld op 10.163.660 kWh, gebaseerd op de opgave van stoffen in de installatie en hun stookwaarden. Appellante stelde een hogere productie van 15.415.600 kWh voor, gebaseerd op een ander vergistingsmenu en hogere stookwaarden.
Het College oordeelt dat de subsidie moet worden gebaseerd op de gegevens die bij de aanvraag zijn verstrekt, waaronder de opgave van stoffen en stookwaarden, en dat een latere substantiële wijziging van de aanvraag niet kan worden gehonoreerd. Wel acht het College de berekening van de Minister, die uitgaat van een productie van 10.163.660 kWh, onvoldoende omdat deze lager is dan de door appellante opgegeven productie van 11.650.000 kWh.
De uitvoeringspraktijk van de Minister, waarbij bij een verschil van minder dan 20% tussen productie op basis van vergistingsmenu en opgegeven productie wordt uitgegaan van laatstgenoemde, wordt als aanvaardbaar beoordeeld. Omdat het verschil circa 13% bedraagt, had de Minister moeten uitgaan van de hogere productie. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van een maximale productie van 11.650.000 kWh.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante en het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de subsidie moet worden vastgesteld op basis van een maximale productie van 11.650.000 kWh.