AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onbekwaamverklaring rijgeschiktheid wegens alcoholmisbruik bij bestuurder boven 75 jaar
Appellant heeft een gezondheidsverklaring ingediend voor verlenging van zijn rijbewijs voor de categorieën B, BE en T, vereist vanaf 75 jaar. Het CBR verwees hem naar een psychiater die concludeerde dat appellant alcoholmisbruik in ruime zin vertoont, ondersteund door verhoogde CDT- en gamma-GT waarden in het bloed.
Het CBR verklaarde appellant niet rijgeschikt en wees bezwaar en beroep af. Appellant voerde aan dat de diagnose alcoholmisbruik onwetenschappelijk is en niet volgens de DSM-5-TR is gesteld, en dat hij tijdelijk meer alcohol dronk door privéomstandigheden. Hij betwistte de zorgvuldigheid van het psychiatrisch rapport.
De Afdeling oordeelde dat het CBR terecht op het rapport mocht vertrouwen, dat de diagnose alcoholmisbruik ook zonder DSM-classificatie kan worden gesteld, en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verhoogde bloedwaarden een andere oorzaak hebben dan alcoholmisbruik. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het CBR dat hij niet rijgeschikt is wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.
Uitspraak
202504164/1/A2.
Datum uitspraak: 18 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 juni 2025 in zaak nr. 24/6446 in het geding tussen:
[appellant]
en
het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).
Procesverloop
Bij besluit van 9 april 2024 heeft het CBR verklaard dat [appellant] niet rijgeschikt is voor de categorieën B, BE en T.
Bij besluit van 23 juli 2024 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 2 juni 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het CBR heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 november 2025, waar [appellant], en het CBR, vertegenwoordigd door mr. Y.M. Wolvekamp, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage van deze uitspraak.
2. [appellant] heeft een Gezondheidsverklaring ingevuld en ingediend voor het krijgen van een verklaring van geschiktheid van het CBR, die is vereist voor een nieuw rijbewijs in de leeftijdscategorie vanaf 75 jaar. Het CBR heeft [appellant] op basis van de Gezondheidsverklaring verwezen naar onder meer een psychiater.
3. De psychiater heeft onderzoek gedaan en in zijn rapport geconcludeerd dat sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin. [appellant] is bekend met polyneuropathie en hij gebruikt thiamine. [appellant] heeft verder verklaard dat hij, in de periode voorafgaand aan de keuring, ‘s avonds gemiddeld twee tot drie halve liters bier met een alcoholpercentage van 12% dronk. Daarvoor dronk hij één tot twee biertjes per avond. [appellant] heeft ook kenbaar gemaakt dat hij sinds zijn jeugd een halve liter wijn per dag drinkt, waarbij hij soms een dag overslaat. Verder heeft de psychiater onderzoek gedaan naar zijn CDT- en gamma-GT waarden op basis van een bloedafname. De afkapwaarde bij een onderzoek naar CDT-waarden is 2%. De afkapwaarde bij een onderzoek naar gamma GT-waarden is 74 U/l. Zijn CDT-waarde is vastgesteld op 3,7% en zijn gamma GT-waarden zijn vastgesteld op 897 U/l. De psychiater heeft geconcludeerd dat [appellant] niet rijgeschikt is.
Besluitvorming
4. Het CBR heeft bij besluit van 9 april 2024, aangevuld bij besluit van 23 juli 2024, verklaard dat [appellant] niet rijgeschikt is voor de categorieën B, BE en T. Het CBR heeft geconcludeerd dat het rapport van de psychiater zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de conclusies daarop aansluiten. [appellant] heeft het in het rapport opgenomen aantal alcoholische eenheden dat hij nuttigt niet betwist. Verder zijn de CDT- en gamma-GT waarden verhoogd. Bij een verhoogde CDT-waarde en andere aanwijzingen voor alcoholmisbruik, mag worden aangenomen dat sprake is van alcoholmisbruik. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een andere oorzaak is van de verhoogde CDT- en gamma-GT waarden. Het CBR heeft daarom op grond van artikel 97, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen en paragraaf 8.8 van de Bijlage van de Regeling eisen geschiktheid 2000 verklaard dat [appellant] niet rijgeschikt is.
Uitspraak van de rechtbank
5. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Zij heeft overwogen dat het CBR zich mocht baseren op het rapport van de psychiater en het bloedonderzoek. Deze maken dat [appellant] niet geschikt kan worden verklaard voor het besturen van motorrijtuigen in de categorieën B, BE en T.
Hoger beroep en de beoordeling daarvan
6. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin‘ geen reden kan zijn om hem niet rijgeschikt te achten. Dat kan alleen zo zijn als hij een voertuig heeft bestuurd met te veel alcohol op. Verder is de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ onwetenschappelijk en is die niet volgens de criteria van de meest recente Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) opgesteld. Daarbij is het rapport van de psychiater niet volgens professionele standaarden en onzorgvuldig opgesteld. [appellant] wijst op voorbeelden waaruit dat blijkt, die hij ook in beroep naar voren heeft gebracht. Hij heeft tijdelijk meer alcohol gedronken wegens privéomstandigheden. Ook heeft hij er nogmaals op gewezen dat hij sinds lange tijd beschikt over een rijbewijs en hij nooit een ongeluk heeft veroorzaakt. Hij vindt het verder onlogisch dat hij wel mag rijden in een brommobiel.
6.1. Op grond van artikel 35, eerste lid, onder b, onderdeel II, van het Reglement, in samenhang gelezen met artikel 97, eerste lid, en artikel 100, derde lid, onder a, van het Reglement, is voor een nieuw rijbewijs van een bestuurder vanaf de leeftijd van 75 jaar een verklaring van geschiktheid van het CBR, met een keuringsverslag van een arts, vereist. Op grond van paragraaf 8.8 van de Bijlage bij de Regeling is een persoon die misbruik maakt van alcohol zonder meer ongeschikt. Voor de beoordeling van alcoholmisbruik is een deskundigenrapport vereist.
6.2. Het CBR mag afgaan op het psychiatrisch rapport dat aan hem is uitgebracht, nadat is nagegaan of dit rapport op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 vanPro de Awb voor andere adviseurs. Indien de belanghebbende concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het rapport, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het CBR niet zonder nadere motivering op het rapport afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat [appellant] over het advies heeft aangevoerd.
6.3. De Afdeling heeft verder in haar uitspraak van 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1339, onder 22 en 23, op grond van een advies van een deskundige algemene uitgangspunten geformuleerd bij de beoordeling van de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ in een psychiatrisch rapport. Dat geen sprake is van alcoholmisbruik volgens de DSM-5-TR-classificatie, zoals [appellant] betoogt, betekent niet dat de beschrijvende diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ niet gesteld kan worden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1546, onder 5.1).
6.4. [appellant] heeft niet betwist dat hij twee tot drie halve liters bier met een alcoholpercentage van 12% per avond dronk in de periode voorafgaand aan de keuring, zoals opgenomen in het psychiatrisch rapport. Bij het bloedonderzoek is verder een verhoogde CDT-waarde van 3,7% geconstateerd, waarvoor een afkapwaarde van 2% geldt. Ook zijn verhoogde gamma-GT waarden geconstateerd van 897 U/l, waarvoor een afkapwaarde van 74 U/l geldt. De psychiater heeft op basis van de anamnese en het bloedonderzoek in zijn rapport geconcludeerd dat bij [appellant] sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin en hij daarom niet rijgeschikt is. Bij constatering van een verhoogde CDT-waarde, of gamma-GT waarden, en andere aanwijzingen voor alcoholmisbruik, is het aan [appellant] om aannemelijk te maken dat de verhoogde waarden een andere oorzaak hebben dan alcoholmisbruik (vergelijk de uitspraken van 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2799, onder 5.3, en van 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1077, onder 4.1).
6.5. [appellant] is er niet in geslaagd om dat met objectieve gegevens aannemelijk te maken. Dat hij, zoals hij stelt en in het rapport is opgenomen, tijdelijk meer alcohol heeft gebruikt wegens privéomstandigheden, betekent niet dat de diagnose van alcoholmisbruik in ruime zin onjuist is. Bovendien heeft [appellant] ook bij de psychiater verklaard dat hij daarvóór een tot twee biertjes per dag dronk en dat hij sinds zijn jeugd een halve liter wijn per dag drinkt, waarbij hij soms een dag overslaat. [appellant] heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de verhoogde bloedwaarden een andere oorzaak hebben dan alcoholmisbruik. Ook in de verdere gronden van [appellant] over het rapport ziet de Afdeling geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het rapport zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de conclusies daarop aansluiten.
6.6. Het CBR mocht dus uitgaan van het rapport van de psychiater, waarin is geconcludeerd dat sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin en [appellant] niet rijgeschikt is. Dat betekent dat het CBR op grond van artikel 97, eerste lid, van het Reglement en paragraaf 8.8 van de Bijlage bij de Regeling, geen ruimte heeft om [appellant] een verklaring van geschiktheid toe te kennen.
6.7. Het betoog slaagt niet.
Conclusie
7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
8. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Schuurman, griffier.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schuurman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026
1100
Bijlage
Wettelijk kader
Wegenverkeerswet 1994
Artikel 111
1. Een rijbewijs wordt op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief, slechts afgegeven aan degene die:
[…]
b. blijkens een overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek dan wel blijkens een eerder aan hem afgegeven rijbewijs of een door hem door het daartoe bevoegd gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs dat voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen, beschikt over een voldoende mate van rijvaardigheid en geschiktheid, dan wel, indien de aanvraag betrekking heeft op afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van bromfietsen, over een voldoende mate van rijvaardigheid.
[…]
Reglement rijbewijzen
Artikel 35
1. Indien de aanvraag betrekking heeft op de vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, dient bij de aanvraag aan de volgende vereisten te worden voldaan:
a. behoudens de in artikel 33 genoemdePro bescheiden wordt tevens dat eerder afgegeven rijbewijs overgelegd;
b. in het rijbewijzenregister is ten behoeve van de aanvrager een verklaring van geschiktheid geregistreerd, waarbij de datum van registratie niet langer dan een jaar vóór de aanvraag mag liggen, indien
[…]
II. de aanvrager de leeftijd van 75 jaren heeft bereikt,
[…]
Artikel 97
1. Verklaringen van geschiktheid worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. Het CBR doet van deze registratie mededeling aan de aanvrager.
[…]
Artikel 100
1. Bij de aanvraag dienen te worden overgelegd:
a. een niet langer dan twee weken voor de aanvraag getekende, volledig ingevulde gezondheidsverklaring volgens een door het CBR vastgesteld model;
[…]
3. De aanvrager ontvangt binnen vier weken na ontvangst van de gezondheidsverklaring naast de vragenlijst of vragenlijsten een in te vullen keuringsverslag overeenkomstig een door het CBR vastgesteld model, indien de aanvraag betrekking heeft op:
a. de afgifte van een rijbewijs aan een aanvrager die de leeftijd van 75 jaren heeft bereikt;
[…]
5. Het in het derde lid bedoelde keuringsverslag wordt door een arts opgesteld en ingediend bij het CBR op een door het CBR te bepalen wijze.
[…]
Regeling eisen geschiktheid 2000
Bijlage behorende bij de Regeling eisen geschiktheid 2000
Paragraaf 8.8
Voor de beoordeling of sprake is van misbruik van psychoactieve middelen is een specialistisch rapport vereist.
Personen die misbruik maken van dergelijke middelen zijn zonder meer ongeschikt.
Indien zij aannemelijk of aantoonbaar zijn gestopt met dit misbruik, dient een recidiefvrije periode van een jaar te zijn gepasseerd voordat zij door middel van een herkeuring - op basis van een specialistisch rapport geschikt - kunnen worden geacht.
Een strenge opstelling van de keurend arts is aangewezen, gezien de gevaren die het gebruik van deze middelen oplevert voor de verkeersveiligheid.