Uitspraak
Datum uitspraak: 29 juli 2026
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Maastricht om wijziging van zijn in de basisregistratie personen (brp) geregistreerde voornaam en geslachtsnaam, omdat hij meent dat zijn huidige identiteit vals is. Het college wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep van appellant ongegrond werden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende gemotiveerd had betwist dat de overgelegde documenten betrekking hebben op appellant, mede op basis van een gezichtsvergelijkend onderzoek van Bureau Documenten van de IND dat slechts redelijke steun bood voor de hypothese dat de documenten op appellant betrekking hebben. Het aanvullende onderzoek van Securitech bood volgens de rechtbank onvoldoende reden om van dit oordeel af te wijken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het Securitech-rapport voldoende bewijs levert, maar de Afdeling bestuursrechtspraak volgt de rechtbank en bevestigt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de documenten betrekking hebben op hem. De Afdeling wijst erop dat appellant meer bewijs moet leveren, bijvoorbeeld recent afgegeven identiteitsdocumenten of aanvullende gezichtsvergelijkende onderzoeken.
De Afdeling verklaart appellant ontvankelijk in het hoger beroep, maar verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het college. Proceskosten worden niet aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van persoonsgegevens in de brp wordt afgewezen.