ECLI:NL:RVS:2026:2890
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.F. de Groot
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Overname private schulden gedupeerde toeslagenaffaire op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
De zaak betreft het hoger beroep van een gedupeerde van de toeslagenaffaire tegen het besluit van de minister van Financiën om private schulden niet over te nemen. De schulden van € 95.275,84 aan haar oude werkgever en € 113.953,32 aan een bedrijf stonden centraal. De minister had geweigerd deze schulden over te nemen omdat de notariële aktes pas in februari 2022 waren opgemaakt, na de referentieperiode van 1 juni 2021, en er geen ingebrekestelling was overgelegd.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat de minister terecht de hardheidsclausule niet toepaste. In hoger beroep betoogde appellante dat de schulden wel voldeden aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege haar schrijnende financiële situatie.
De Afdeling oordeelde dat de schulden, ondanks de late notariële vastlegging, voldoende waren onderbouwd met authentieke documenten die dateren van vóór de referentieperiode, waaronder leningscontracten, jaarrekeningen en betalingsbewijzen. Hierdoor kon niet aan het bestaan van de informele schulden worden getwijfeld. De Afdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de hardheidsclausule niet hoefde te worden toegepast.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en besloot zelf het besluit te herroepen en de aanvraag van appellante toe te wijzen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van de minister en wijst de aanvraag toe voor overname van de private schulden.