ECLI:NL:RVS:2025:2055
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.H. Bangma
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing overname private schuld toeslagendupe
Appellante, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van een private schuld van €35.669,18 aan haar zwager, voortvloeiend uit twee geldleningsovereenkomsten uit 2018 en 2020. De minister wees het verzoek af omdat de schuld niet was vastgelegd in een notariële akte, zoals vereist volgens de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, met name stellende dat bijzondere omstandigheden en de hardheidsclausule toepassing behoefden, omdat de schuld op informele wijze voldoende was aangetoond en de financiële situatie ernstig problematisch was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister ten onrechte vasthield aan de eis van een notariële akte, nu het bestaan en de opeisbaarheid van de schuld vóór 1 juni 2021 erkend waren. De hardheidsclausule kon worden toegepast vanwege de schrijnende omstandigheden van appellante. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd met de opdracht tot een nieuw besluit.