ECLI:NL:RVS:2026:1326
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging afvalligheid Iran
Appellant, een Iraanse staatsburger die zich heeft afgewend van de islam en atheïst is geworden, diende een asielaanvraag in Nederland in. Hij vreesde vervolging vanwege zijn geloofsovertuiging en deelname aan demonstraties in Iran. De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat appellant terughoudendheid moest betrachten en geen gegronde vrees voor vervolging had.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, maar appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht uitgebreid de situatie van afvalligen en atheïsten in Iran, waarbij zij recente bronnen en ambtsberichten betrok. Uit deze bronnen bleek onduidelijkheid en tegenstrijdigheid over de mate van vervolging en risico's, waaronder willekeurige ondervragingen op luchthavens en mogelijke zware straffen.
De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze risico's en onvoldoende had gemotiveerd waarom appellant geen gegronde vrees zou hebben. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met nader onderzoek. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek naar het risico op vervolging.