ECLI:NL:RVS:2012:BY5578
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling geloofsvrijheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister werd afgewezen op grond van het beleid dat van christenen in Iran wordt verlangd dat zij terughoudend zijn in het uitdragen van hun geloof. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, stellende dat bescherming niet verplicht is tegen elke mogelijke aantasting van geloofsovertuiging.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in een prejudiciële uitspraak geoordeeld dat bij de beoordeling van vervolgingsgevaar wegens geloofsovertuiging geen onderscheid mag worden gemaakt tussen kernhandelingen en andere godsdienstige handelingen. Van een vreemdeling mag niet worden verlangd dat hij zich terughoudend opstelt om vervolging te voorkomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister het beleid niet op de correcte wijze heeft toegepast en dat het beleid dat terughoudendheid verlangt in strijd is met de richtlijn en het Vluchtelingenverdrag. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister worden vernietigd, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd omdat het onjuist is toegepast en de vreemdeling niet mag worden verplicht tot terughoudendheid in zijn geloofsoefening.