ECLI:NL:RVS:2025:814
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens alsnog in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 7 maart 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 mei 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep nam de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling. Hierdoor had de vreemdeling onvoldoende belang bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, omdat hij het beoogde resultaat reeds had bereikt. Het argument dat het belang zou liggen in de bepaling van het begin van de beslistermijn werd verworpen, aangezien dit in de asielprocedure zelf aan de orde kan worden gesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en oordeelde dat de minister geen proceskosten hoefde te vergoeden, omdat het alsnog in behandeling nemen van de aanvraag niet als tegemoetkoming kon worden gezien. Het vonnis werd uitgesproken door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, op 3 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.