ECLI:NL:RVS:2025:707
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na overschrijding beslistermijn
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister toen nog geen besluit had genomen. Later verleende de minister alsnog de vergunning, maar stelde daarbij onjuist de ingangsdatum vast op de datum van de aanvraag via formulier (4 december 2022).
De vreemdeling betoogde dat de ingangsdatum had moeten zijn het moment waarop hij persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakte, namelijk 17 juni 2022. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde het besluit voor zover de ingangsdatum onjuist was vastgesteld.
De Afdeling stelde zelf de juiste ingangsdatum vast op 17 juni 2022 en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning is vastgesteld op 17 juni 2022; het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard.