ECLI:NL:RBDHA:2024:8301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De kern van het geschil betreft de aanvang van de beslistermijn en de geldigheid van de ingebrekestelling. Eiser stelt dat de beslistermijn begon op 17 juni 2022, toen hij een afsprakenkaart ontving, terwijl verweerder stelt dat deze begon op 4 december 2022, de datum van ondertekening van het M35-H-formulier.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn begint bij ondertekening van het M35-H-formulier, conform artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Daarnaast is sinds 27 september 2022 het besluit WBV 2022/22 van kracht, dat de beslistermijn met negen maanden verlengt voor lopende asielaanvragen. De rechtbank volgt de eerdere jurisprudentie dat dit besluit ook op deze zaak van toepassing is.
Omdat de ingebrekestelling van eiser op 10 oktober 2023 is ingediend, vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn op 4 maart 2024, is deze te vroeg. Hierdoor is niet voldaan aan de vereisten voor het instellen van beroep op grond van het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.