ECLI:NL:RVS:2025:5913
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in asielprocedure
Appellanten hebben bij besluiten van 18 juli 2023 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond bij uitspraak van 21 augustus 2025. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank is overschreden met 28 dagen, wat recht geeft op een forfaitaire vergoeding van €500 per persoon. De overschrijding is volledig toe te rekenen aan de rechtbank. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het niet heeft beslist op het verzoek om schadevergoeding en bevestigt het vonnis voor het overige.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding van in totaal €1.500,00 aan appellanten en tot vergoeding van proceskosten van €1.360,50 die verband houden met de behandeling van het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 8 december 2025.
Uitkomst: De Afdeling kent appellanten een schadevergoeding toe van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.