ECLI:NL:RVS:2010:BO2684
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- P.J.J. van Buuren
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in asielprocedure voor elk gezinslid
De zaak betreft een geschil over de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in een asielprocedure. De staatssecretaris van Justitie wees het verzoek van een gezin om schadevergoeding aanvankelijk af, maar kende later een beperkte vergoeding toe. De rechtbank stelde vervolgens een hogere vergoeding vast en de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De kern van het geschil in hoger beroep was of bij gezamenlijk procederen van gezinsleden tegen afwijzing van individuele asielaanvragen aan elk lid een vergoeding toekomt, en of de leeftijd van de kinderen daarbij een rol speelt. De minister verwees naar een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin een korting van 50% werd toegepast bij een collectieve procedure van 91 artsen.
De Raad van State oordeelde dat die situatie niet vergelijkbaar is met een gezin dat gezamenlijk procedeert over individuele verblijfsrechten. Er is onvoldoende grond om de vergoeding per persoon te verminderen of forfaitair per gezin toe te kennen. De rechtbank had de schadevergoeding terecht vastgesteld op € 2.500 per persoon voor de overschrijding van ruim twee jaar.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van individuele beoordeling van immateriële schade bij overschrijding van redelijke termijnen in asielprocedures.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd waarbij elk gezinslid een individuele vergoeding van € 2.500 ontvangt wegens overschrijding van de redelijke termijn.