ECLI:NL:RVS:2024:4610
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ongeldigverklaring rijbewijs wegens rijongeschiktheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig na een melding van de politie over vermoedens van rijongeschiktheid, gevolgd door een medisch onderzoek. Appellant betaalde aanvankelijk niet de kosten van het onderzoek, maar dit werd later alsnog voldaan. Een medisch onderzoek door psychiater I.S. Hernandez-Dwarkasing concludeerde dat appellant rijongeschikt was vanwege agressie- en impulsbeheersingsproblematiek in het kader van ASS met MCDD.
De rechtbank bevestigde het besluit van het CBR dat het rijbewijs ongeldig bleef, oordeelde dat het CBR zich mocht baseren op het medisch advies en dat er geen ruimte was voor een belangenafweging. Appellant stelde hoger beroep in en voerde onder meer aan dat het opleggen van het onderzoek een bevoegdheid was en dat het CBR nader onderzoek had moeten verrichten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en dat het aanvullende rapport van een andere psychiater uit 2024 niet tot een ander oordeel leidde. Wel stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist op het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling kende een vergoeding van € 500 toe voor de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, maar wees het verzoek om aanvullende vergoeding in hoger beroep af omdat de totale procedure nog geen vier jaar had geduurd.
De Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot vergoeding van de schade wegens termijnoverschrijding en de proceskosten, inclusief terugbetaling van het griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het niet beslissen over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, en een vergoeding van € 500 wordt toegekend.