ECLI:NL:RVS:2025:5693
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen schadevergoeding wegens overschrijding redelijke beslistermijn asielaanvraag
Betrokkene diende op 1 december 2018 een asielaanvraag in en stelde op 1 april 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De minister verleende op 29 juli 2022 alsnog een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, wees het beroep tegen het besluit ongegrond en kende een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank ten onrechte de redelijke termijn heeft berekend vanaf de eerste dag van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De redelijke termijn begint pas te lopen vanaf het moment dat het beroep van rechtswege ontstaat, namelijk bij het nemen van het reële besluit op 29 juli 2022. Omdat de procedure daarna binnen de redelijke termijn van vier jaar werd afgerond, is er geen overschrijding.
Verder oordeelt de Afdeling dat een onaanvaardbaar lange aanvraagfase wel schadevergoeding kan rechtvaardigen, maar dat betrokkene geen schade heeft gesteld of aannemelijk gemaakt. Daarom wordt de schadevergoeding afgewezen en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Afdeling wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn af.