ECLI:NL:RVS:2025:5480
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom tegen illegale bewoning bedrijfswoning in Waddinxveen
Het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen legde de Stichting een last onder dwangsom op om de bewoning van een bedrijfswoning aan de [locatie A] te beëindigen, omdat deze werd bewoond door personen zonder noodzakelijke binding met het bedrijf. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. De Stichting stelde in hoger beroep dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld, dat er geen overtreding was, dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt, en dat de dwangsom te hoog was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de last rechtsgeldig aan een gemachtigde had bekendgemaakt, dat het college zich mocht baseren op het rapport van de toezichthouder dat de bedrijfswoning werd bewoond door meerdere personen zonder binding met het bedrijf, en dat de Stichting als eigenaar de situatie had aanvaard door geen actie te ondernemen. De hoogte van de dwangsom werd gemotiveerd geacht, en de invordering daarvan was terecht, ondanks het betoog van de Stichting over financiële draagkracht.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Stichting hoeft geen proceskosten te ontvangen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.