ECLI:NL:RVS:2025:4232
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete voor illegale verhuur zonder huisvestingsvergunning in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan [appellante], eigenaar van een woning in Den Haag, een boete van €10.000 op omdat zij de woning in gebruik had gegeven aan personen zonder huisvestingsvergunning. Inspecteurs constateerden op 15 juni 2022 dat meerdere personen de woning bewoonden zonder vergunning. Het college verklaarde het bezwaar van [appellante] ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij niet de feitelijke beschikkingsmacht had omdat de woning economisch eigendom was van een commanditaire vennootschap (CV). De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat [appellante] als juridisch eigenaar en overtreder kon worden aangemerkt, mede omdat zij de zorgplicht niet had nageleefd om te controleren of de huurders een vergunning hadden aangevraagd.
De Raad matigde de boete op grond van artikel 5:46, derde lid, van de Awb, omdat de vergunning alsnog was verleend en het boetebeleid onvoldoende differentieerde naar ernst en verwijtbaarheid. De boete werd vastgesteld op €5.000. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning is gematigd van €10.000 naar €5.000.