ECLI:NL:RVS:2025:3297
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing overdracht asielzoeker naar Frankrijk wegens psychische gezondheidsrisico's
Betrokkene, een Eritrese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister nam haar aanvraag niet in behandeling vanwege verantwoordelijkheid van Frankrijk onder de Dublinverordening. Betrokkene stelde dat zij ernstige psychische problemen heeft, waaronder een posttraumatische stressstoornis en een hoog suïciderisico bij overdracht.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende rekening hield met de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen van overdracht, met name de psychische gesteldheid en het vooruitzicht daarop. De minister stelde dat het BMA-advies met reisvereisten voldoende waarborgen bood, maar de rechtbank vond dit onvoldoende.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de minister niet aan haar vergewisplicht had voldaan om ernstige twijfel over schending van artikel 4 van Pro het EU-Handvest weg te nemen. De minister had onvoldoende gemotiveerd dat de overdracht geen onmenselijke of vernederende behandeling zou opleveren. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat overdracht naar Frankrijk geen onomkeerbare psychische schade veroorzaakt en wijst het hoger beroep af.