ECLI:NL:RVS:2025:2999
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.H. Bangma
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaste tegemoetkoming voor kind van gedupeerde ouder in toeslagenaffaire
De zaak betreft het hoger beroep van een kind van een gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire tegen de hoogte van de toegekende tegemoetkoming van € 10.000,00. Deze tegemoetkoming is vastgesteld volgens de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) en is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. De appellant stelde dat de vaste bedragen onvoldoende recht doen aan zijn persoonlijke leed en dat de hardheidsclausule toegepast zou moeten worden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor vaste forfaitaire bedragen zonder ruimte voor afwijking, ook niet via de hardheidsclausule. De rechtbank vond geen aanleiding om de wettelijke bepalingen te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel vanwege het toetsingsverbod.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de wetgever bij de totstandkoming van de kindregeling expliciet heeft gekozen voor een vaste tegemoetkoming als erkenning en steun, niet als schadevergoeding. De omstandigheden van de appellant waren voorzien en verdisconteerd in de regeling. De hardheidsclausule is niet van toepassing op artikel 2.12 van de Wht, en de bestuursrechter kan deze niet uitbreiden.
Verder oordeelt de Raad dat het persoonlijk dossier van de ouder niet hoeft te worden overgelegd, omdat dit niet relevant is voor de toetsing van de kindregeling en geen wettelijke grondslag bestaat voor verstrekking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaste tegemoetkoming van € 10.000,00 wordt bevestigd.