ECLI:NL:RVS:2025:2987
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- A.B. Blomberg
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en ongegrondheid beroep tegen compensatie toeslagenaffaire
Appellante, gedupeerde van de toeslagenaffaire, ontving aanvankelijk een compensatie van € 53.645,00 voor de jaren 2008 en 2009. Na beroep tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar, werd door de Dienst Toeslagen een herzien besluit genomen met een verhoogde compensatie van € 62.972,00.
Appellante stelde dat de compensatie onvoldoende was, met name voor immateriële schade en betaalde rente, en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het procesbelang vervallen is door het genomen besluit op bezwaar. Het beroep van rechtswege tegen het nieuwe besluit is ongegrond verklaard.
De Afdeling benadrukte dat de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) een integrale beoordeling kent met vaste forfaitaire bedragen voor materiële en immateriële schade. Voor aanvullende werkelijke schade is een apart traject beschikbaar. Het besluit was voldoende gemotiveerd en de toegewezen compensatie conform de wettelijke regels. Appellante kan een aparte aanvraag voor aanvullende compensatie indienen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van rechtswege ongegrond.