ECLI:NL:RVS:2025:2557
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake vergoeding mijnbouwschade Oldambtster boerderij
Appellant is eigenaar van een Oldambtster boerderij te Finsterwolde en heeft schadevergoeding aangevraagd bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen wegens schade door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten. Het Instituut kende een vergoeding toe, maar appellant betwistte de omvang en beoordeling van de schade.
De rechtbank stelde vast dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW niet was weerlegd door het Instituut en dat nader onderzoek, waaronder een grondboring, noodzakelijk is. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit en gaf het Instituut opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van alle schades.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank het geschil definitief had moeten beslechten en dat de STAB niet onafhankelijk zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, bevestigde de onafhankelijke positie van de STAB en oordeelde dat het Instituut terecht in de gelegenheid is gesteld nader onderzoek te verrichten.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank niet buiten haar beoordelingsruimte is getreden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het Instituut hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.